Tag: literatuurkritiek

  • Podium voor Literatuurkritiek

    Begin van de zomer, op donderdag 2 juli, vond bij het Nederlands Letterenfonds de eerste bijeenkomst plaats van Podium voor Literatuurkritiek, een nieuw initiatief dat de professionele literatuurkritiek wil bevorderen en de positie van de criticus wil versterken.

    Tijdens de bijeenkomst kwamen ruim dertig critici en recensenten van Nederlandse en Vlaamse dag- en opiniebladen samen om concrete acties en activiteiten voor het nieuwe podium te verkennen. In een panelgesprek met Toef Jaeger (NRC Handelsblad), Joost de Vries (de Volkskrant) en Joep van Ruiten (Dagblad van het Noorden) werd besproken hoe de recensie vandaag de dag functioneert, hoe literatuurkritiek beter kan aansluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen en waar ruimte ligt voor diversiteit en experiment. Huidige ontwikkelingen zetten de literatuurkritiek onder druk, maar zoals initiatiefnemer Dieuwertje Mertens benadrukt: ‘dit is geen begrafenis, maar een kraamfeest’.

    Podium voor Literatuurkritiek wil zich de komende tijd richten op de volgende activiteiten:

    • twee keer per jaar een inhoudelijke bijeenkomst organiseren rond een actueel thema binnen de literatuurkritiek, met de eerstvolgende bijeenkomst bij voorkeur in Vlaanderen;
    • mogelijkheden verkennen voor na- en bijscholing, onder meer in de vorm van masterclasses en schoolbezoeken, zoals ‘criticus in de klas’;
    • een hechtere infrastructuur voor critici creëren, van waaruit Podium voor Literatuurkritiek kan optreden als belangenbehartiger, bijvoorbeeld door het stimuleren van fair pay.

    Met deze activiteiten wil Podium voor Literatuurkritiek bijdragen aan een sterke literaire sector. ‘Geen literatuur zonder gesprek over literatuur,’ zei directeur-bestuurder Romkje de Bildt tijdens haar welkomstwoord.

    Volg Podium voor Literatuurkritiek op Instagram om op de hoogte te blijven van de activiteiten!

    Podium voor Literatuurkritiek is een initiatief van Dieuwertje Mertens, Maarten Doorman en Marieke Winkler en wordt ondersteund door het Nederlands Letterenfonds.

  • Kritiek als houding en handeling

    36_1_cover-half

    Onder de titel ‘nieuwe namen’ weidt het onvolprezen literair-wetenschappelijke tijdschrift Vooys een nummer aan het onderzoek van net gepromoveerde letterkundigen. Het is een bonte aflevering geworden met bijdragen van historische en moderne letterkundigen, van biopolitiek en queer studies tot herinneringscultuur, van gelegenheidsgedichten van 16e-eeuwse edellieden tot de ‘zeesterren’ van Judith Herzberg.

    De redactie vroeg mij voor dit themanummer te schrijven over de verhouding tussen de literaire kritiek en literatuurwetenschap in Nederland, maar dan met het oog op de eigentijdse situatie: welke posities worden er in de huidige moderne letterkunde ingenomen ten aanzien van de kritiek? Die vraag leidde meteen tot een volgende, veel ingewikkelder vraag die mij al een tijdje bezighoud, namelijk: wat betekent het eigenlijk om als literatuurwetenschapper (of algemener: geestesweten-schapper) ‘kritisch’ te zijn?

    Door een onderscheid te maken tussen ‘kritiek’ als een nieuwsgierig, onderzoekende houding die alles wat als vast gegeven wordt gepresenteerd bevraagt en ter discussie stelt en ‘kritiek’ als een concrete oordelende, evaluatieve handeling wordt het mogelijk enkele uitgesproken positiebepalingen te herkennen en analyseren. Gekeken is onder andere naar de invloedrijke studie De productie van literatuur (2006), het handboek Literatuur in de wereld (2013), de oratie van Yra van Dijk Fanfare uit de toekomst (2014) en het artikel ‘Revanche of conflict? Pleidooi voor een agonistische literatuurwetenschap’ (2014) van Hans Demeyer & Sven Vitse.

    Een tip van de sluier: antwoord op de vraag wat het betekent om als letterkundige in de 21e-eeuw kritisch te zijn, lijkt niet gezocht te hoeven worden in het aandeel ‘literaire kritiek’ in de wetenschap. Maar waarin dan wel? Je leest het in Vooys 36.1 (2018).

     

    Het artikel ‘Betrokken en/of gedistantieerd? Kritiek als houding en handeling in de moderne geesteswetenschappen en Nederlandse letterkunde’ vormt een tweeluik met het stuk ‘Interpretatie en/of patroon?‘ uit Vooys 31.1 (2013) waarin ik reageerde op de oratie van Rens Bod Het einde van de geesteswetenschappen 1.0 (2012).

     

     

  • Over kritiek

    fire

    De wensdroom van redacteur Maurice Berger en impliciet van alle auteurs die een bijdrage leverden aan het boekje The Crisis of Criticism (1998) is dat goede kritiek de lezer inspireert, emotioneel beweegt en aanspoort, letterlijk opstookt en van brandstof voorziet:

    Pushing beyond the constraints of mere description or advocacy, the critic can aspire bliss, to quote Roland Barthes – the kind of insightful and pleasurable writing that “breaks through the constraints of adjectives” to inspire, move, and incite the reader. (14)

    Berger brengt de stelling naar voren dat goede kritiek inherent is aan goedgeschreven kritiek. Een goede kritiek begeeft zich voorbij de zakelijke beschrijving of passende samenvatting en is meer dan een lofzang op of afbranding van het object van beschouwing. In die hoedanigheid heeft de kritiek een gerechtvaardigde plek in de samenleving; het ambacht van de criticus is een kunstpraktijk op zichzelf.

    De plek van de kritiek als een vorm van kunst mag daarmee gerechtvaardigd zijn, dit betekent niet dat zij vanzelfsprekend is, zo stelt ook Joyce Carol Oates in haar bijdrage aan The Crisis of Criticism, ‘like all art forms it must evolve, or atrophy and die’ (40). Vaak wordt aangenomen dat de positie en invloed van de literaire criticus afneemt omdat het soortelijk gewicht van literatuur afneemt, literatuur neemt met andere woorden minder een centrale plaats in de maatschappij in. In dit geval wordt het belang van het werk van de criticus gemeten aan dat wat buiten zijn kunst ligt, namelijk het onderwerp waar hij of zij over schrijft. Wat The Crisis of Criticism daar tegenover stelt is dat er wordt gekeken naar de kunst van de kritiek zelf, daarmee de vraag stellend: wat kan de kritiek zelf doen om haar voortbestaan te garanderen?

    Volgens Oates mag de kritiek bijvoorbeeld wel wat minder conservatief zijn. Iets wat overigens een breuk zou betekenen met haar eigen geschiedenis: ‘Through the centuries, through every innovation and upheaval in art, from the poetry of the early Romantics to the “Beat” poetry of the American fifties, from the explosion of late nineteenth-century European Modernist art to the Abstract Expressionism of the mid-twentieth-century America, professional criticism has exerted a primarily conservative force, the gloomy wisdom of inertia, interpreting the new and startling in terms of the old and familiar’ (38).

    The Crisis of Criticism verscheen in 1998, alweer 20 jaar geleden. Ik vraag mij af: heeft de literaire kritiek zich inmiddels vernieuwd en hoe dan? Is dat misschien inderdaad op een manier die Berger hierboven propageert, een vorm die voorbij analyse en beschrijving gaat richting ‘insightful and pleasurable writing’?

     

     

     

     

  • Promotie

    Mijn proefschrift is niet alleen ingediend en goedgekeurd, maar ik heb inmiddels ook een datum waarop ik het mag verdedigen!

    Dat zal gebeuren op maandagmiddag 15 mei (hoe toepasselijk: de verjaardag van Albert Verwey) om 12.30 precies in de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Wie geïnteresseerd is, is van harte welkom!

    [youtube https://www.youtube.com/watch?v=o5e6bLZfKb8&w=560&h=315]