Categorie: klimaat

  • Achter de Verhalen 2026

    Van woensdag 15 t/m vrijdag 17 april vindt in Gent het 20e Achter de Verhalen-congres plaats. Het congres verwelkomt bijdragen van onderzoekers op het brede gebied van de moderne Nederlandse letterkunde uit de hele wereld. Het verbindende thema van de 2026-editie is ‘vormen van lezen’. Het programma is vanaf heden te raadplegen via de website.

    Op de eerste congresdag (15 april) delen Marjolein van Herten en ik ervaringen rond onze ‘Klimaatleesclub’-pilot voor studenten milieu- en klimaatwetenschappen van de Open Universiteit. In het collegejaar 2024-2025 lazen we achtereenvolgens Ian McEwans Solar (2010), Amitav Ghosh’ Gun Island (2019), Eva Meijers Zee Nu (2022) en Rachel Carsons Silent Spring (1962, of de nieuwe Nederlandse vertaling door Nico Groen, Verstild voorjaar 2022). Hoe leggen studenten de relatie tussen het gelezen werk en hun klimaatwetenschappelijke kennis, en welke rol speelt het samen discussiëren c.q. dialogisch leren daarin?

    Aan de hand van een online enquête hebben we o.a. onderzocht:

    • 1. hoe studenten het lezen van klimaatfictie als klimaatexpert hebben ervaren;
    • 2. of zij een verschillende houding bemerkten ten aanzien van fictie of non-fictie;
    • 3. of het lezen van klimaatliteratuur hun houding t.a.v. klimaatverandering beïnvloedde;
    • 4. of het lezen en bespreken van boeken invloed heeft gehad buiten de leesclub (gedrag, gesprekken, …).

    Naar aanleiding van onze ervaringen met de leesclubdiscussies en de uitkomsten van het onderzoek wisselen we graag van gedachten over de didactische aanpak van de pilot en, in het algemeen, over didactische vormen die kennisintegratie kunnen vergroten in een multidisciplinaire omgeving.

  • In dialoog met de zee

    Voor het themadossier ‘De dialoog’ van LOCUS. Tijdschrift voor Cultuurwetenschappen schreef ik over de manier waarop 21e-eeuwse schrijvers van klimaatliteratuur in gesprek gaan met de zee. Wat zijn de mogelijkheden (en beperkingen) van de literaire vorm om die dialoog tot stand te brengen en om via literatuur bij te kunnen dragen aan een groter klimaatbewustzijn?

    Literatuur weerspiegelt de maatschappij. Wat dat betreft was het een kwestie van tijd voordat Nederlandse schrijvers de klimaatcrisis zouden gaan adresseren. In 2016 kon nog met verbazing worden vastgesteld dat klimaat als thema nagenoeg afwezig was in de Nederlandse letteren. ‘I still have yet to find a Dutch example of literary fiction in which the landscape, especially in relation to climate crisis, is central,’ stelde Astrid Bracke in haar lezing ‘Braving the North or Conquering the Sea: A Comparative Approach to British, German and Dutch Fiction on Climate’ (2016). [1] Een jaar later – meer precies na de publicatie van Lieke Marsmans debuutroman Het tegenovergestelde van een mens (2017) – keert het tij snel. Anno 2023 is het haast ondenkbaar dat literaire auteurs het thema klimaat niet behandelen in hun werk. ‘Ik was er zelf verbaasd over,’ vertelt bijvoorbeeld schrijfster Ellen de Bruin over hoe het onderwerp klimaatverandering haar romans Onder het ijs (2018) en Kraaien in het paradijs (2021) binnensijpelde. ‘De klimaatcrisis is voor mij zo’n aanwezige realiteit dat het vanzelf gebeurde.’ [2]

    De Bruins opmerking sluit aan bij wat Marco Bould in zijn gelijknamige studie the anthropocene unconscious noemt. Of auteurs nu wel of niet actief met het onderwerp bezig zijn, iedere cultuuruiting geeft volgens Bould onbewust rekenschap van het idee dat het huidige geologische tijdperk wordt gekenmerkt door de invloed van de mens (Grieks: anthropos) op het aardse klimaat. Daarmee zijn alle fictieve verhalen die we vertellen via literatuur, film, kunst of televisieseries, verhalen over het antropoceen, aldus Bould. ‘What if all the stories we tell are stories about the Anthropocene? About climate change?’ [3] Het klimaat is als thema niet zozeer afwezig in romans, we herkennen het simpelweg nog onvoldoende om écht op te kunnen merken. Precies dit maakt Boulds stelling zo prikkelend: het nodigt uit tot het herlezen van álle literatuur, niet alleen die werken die zich expliciet afficheren als ‘klimaatfictie’.

    Literatuur is echter niet alléén een weerspiegeling van ontwikkelingen in de maatschappij, zoals hierboven gesteld. Schrijvers pogen via hun werk vaak ook een interventie te plegen in het maatschappelijke debat. [4] In het geval van klimaatfictie komt dit pregnant naar voren. ‘[H]et is tijd om onze stem als een vuist in de lucht te gooien,’ schrijven bijvoorbeeld de Klimaatdichters, een snelgroeiende beweging van Nederlandse en Vlaamse woordkunstenaars. In hun missiestatement stellen zij onder meer:

    We zijn lyrisch over de natuur en ziedend over de destructie. We zetten de schoonheid van de taal in voor bewustwording. We willen mens en planeet verbinden en de individuele en collectieve verantwoordelijkheid versterken. [5]

    Hier is van een ‘antropoceenonbewuste’ geen sprake. Deze auteurs zetten zich (gezamenlijk) in om bestaande bewustwording te vergroten. [6] Dat klinkt bewonderenswaardig, maar hoe doen schrijvers dit precies? Exacter gesteld: hoe wordt het ecologisch commentaar vormgegeven met de literaire middelen die de schrijver ter beschikking staan? In deze bijdrage verken ik deze vraag aan de hand van een analyse van enkele literaire werken uit de eenentwintigste eeuw waarin specifiek de weergave van de aquatische omgeving centraal staat. Aan bod komen achtereenvolgens Vis (2009) van Anton Valens, Wieren (2018) van Miek Zwamborn en Zee nu (2022) van Eva Meijer. Het gaat mij daarbij minder om de ‘schoonheid van de taal’ zoals begrepen door de dichter, maar meer om de mogelijkheden van de literaire vorm voor de romanschrijver.

    (…)

    ***

    Lees het hele artikel ‘‘En de mensen konden alleen nog maar luisteren.’ Eenentwintigste-eeuwse schrijvers van klimaatliteratuur in dialoog met de zee’ in LOCUS (Open Access).

    Lees hier de inleiding die Martijn van der Burg en ik schreven voor het themadossier ‘De dialoog’ van LOCUS.

  • Special issue ‘Narratives and Climate Change’

    screenshot uit de drama-serie The Swell

    Verheugd om te kunnen melden dat deze maand het special issue ‘Narratives and Climate Change’ van Interférences littéraires/Literaire interferenties is verschenen! Aanleiding voor het nummer was het symposium dat Marjolein van Herten en ik eerder organiseerden in het kader van het onderzoeksproject Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change and Technological City Scapes Through Contemporary Speculative Fiction van de Open Universiteit. Tijdens dit internationale symposium stond een interdisciplinaire blik op de performatieve kracht van verhalen in de omgang met de klimaatcrisis centraal.

    Hoewel literatuurwetenschappers meestal wat terughoudend zijn om te stellen dat het lezen van verhalen over klimaatverandering heel directe en vergaande gevolgen bij de lezer kan bewerkstelligen op het gebied van engagement, overtuiging of zelfs gedragsverandering, blijkt dat er vanuit andere wetenschapsgebieden wel degelijk grote verwachtingen bestaan ten aanzien van de rol van verhalen in de aanpak van de klimaatcrisis. In de gezondheidspsychologie worden bijvoorbeeld de effecten van narratieve informatie op risicoperceptie onderkend en managementwetenschappers benadrukken het belang van fictie en narratieven in het overtuigend en effectief maken van (klimaat)beleid.

    Tijdens het symposium stonden deze verschillende manieren waarop over de performatieve kracht van (met name speculatieve) fictie werd gedacht ter discussie. Daarbij werd nog duidelijker wat de belofte van speculatieve fictie inhield: toekomstverhalen beschrijven niet alleen een mogelijke toekomstige wereld, ze ‘maken’ die toekomst aanwezig. Op die manier kunnen speculatieve verhalen – hoe paradoxaal dit ook mag klinken – helpen om klimaatverandering minder ‘in de toekomst’ te plaatsen. Een van de cruciale inzichten van de workshop was dat door de confrontatie met de vraag wat de langetermijneffecten van ons handelen van vandaag zullen zijn op de wereld van morgen, verhalen die zich een voorstelling maken van de toekomst van klimaatverandering ons terugwijzen in het hier-en-nu. Ofwel: door middel van narratieve fictie worden de implicaties van klimaatverandering tastbaarder en zichtbaarder, ‘echter’.

    Het special issue dat nu verschenen is in het meertalige online open access tijdschrift Interférences littéraires/Literaire interferenties, is een vervolg op de uitkomsten van dit symposium. In negen artikelen wordt dit inzicht verder uitgewerkt door nader in te gaan op de formele manieren waarop dit ‘realisme’ (of beter: realiteitseffect) van klimaatveranderingsverhalen wordt waargenomen en vormgegeven in uiteenlopende media en vanuit uiteenlopende sociaal-culturele contexten. In de bijdragen worden specifieke narratieve technieken onderzocht die door deze tijdige vorm van realisme worden gebruikt om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop verhalen een cruciale rol spelen in de verbeelding van de toekomst in het licht van klimaatverandering. Hoe vormen fictieve verhalen het bovengenoemde realiteitseffect? En hoe maken ze gebruik van de specifieke kenmerken van het gebruikte medium en van de publieksperceptie bij het smeden van ‘klimaatveranderingsverhalen’?

    Het special issue bevat de volgende inhoud:

    1. ‘Introduction. Narratives and Climate Change: How to Imagine ‘the Realism of our Time’?’ door Marieke Winkler, Marjolein van Herten en Jilt Jorritsma;
    2. ‘Climate Fiction: a Posthumanist Survey door Marco Caracciolo, Kristin Ferebee, Heidi Toivonen, Gry Ulstein en Shannon Lambert;
    3. ‘Paradojas que nos piensan: el motivo del desierto vegetal en la literatura de Georg Heym y Ted Chiang como crítica al Antropoceno’ door Mario Leal Olloqui;
    4. ‘How to be Hopeful in a Dystopic Present? Rethinking Future-oriented Narratives in Aminatta Forna’s “Happiness”’ door Verónica Copello-Duque en Esther Op De Beek;
    5. ‘“het geringe nut van fictie in tijden van nood” Nederlandse schrijvers over klimaat’ door Marjolein van Herten en Lizet Duyvendak
    6. ‘When a Real Storm Hits the Shores: Representing Climate Crisis in the Television Series “The Swell”’ door Ian Kenny en Irina Souch;
    7. ‘Dramaturgie voorbij de sterren – en terug. Marjolijn van Heemstra’s “Stadsastronaut” als Verständigungsfigur voor het antropoceen’ door Alice Breemen;
    8. ‘Foreshadowing a Drought Dystopia: Reading Orhan Pamuk’s “When the Bosphorus dries up” Against the Backdrop of the Debates About the Istanbul Canal’ door Simge Yilmaz;
    9. ‘Sinking Futures Pluriversal Perspectives on Architectural and Literary Imaginaries of Mexico City’s Lake Texcoco’ door Jilt Jorritsma, Brigitte Adriaensen en Dave Huitema;
    10. ‘Literary analysis of Essays from Lived Experiences of Climate Change in Higher Education’ door Paquita Perez, Marjolein van Herten en Evelien van Nieuwenhoven.

    Het themanummer Interférences littéraires/ Literaire interferenties, n°27, “Narratives and Climate Change”, ed. Marieke WINKLER, Marjolein VAN HERTEN & Jilt JORRITSMA, November 2022 is geheel open access beschikbaar via 

    http://www.interferenceslitteraires.be/index.php/illi/issue/view/67 .

  • Mini-symposium Klimaatfictie

    Op 28 mei jl. vond in bibliotheek Bibliorura (Roermond) het mini-symposium ‘Klimaatfictie’ plaats, georganiseerd door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde afdeling Zuid. Collega Marjolein van Herten verzorgde een mooie inleiding op het debat over klimaatliteratuur in Nederland en gaf daarmee een sneak preview van de nieuwe cursus ‘Culturele perspectieven op het klimaatdebat’ die aankomende september aan de faculteit Cultuurwetenschappen van de Open Universiteit van start gaat. In aansluiting ging ik in op het motief van de zee en zeeleven in enkele recente literaire werken en de vraag waarom dit zo’n centraal thema vormt in klimaatfictie (zie abstract hieronder). Dichter Moya De Feyter gaf tot slot een prachtige voordracht en toelichting op haar werk waaronder ook haar activiteiten als ‘klimaatdichter’. Het was een mooie middag!

    ABSTRACT

    Het water aan de lippen: de zee en zeeleven als centraal thema in klimaatfictie 

    In klimaatfictie vormt de omgeving vaak veel meer dan een betekenisvol decor; ze krijgt zelf agency. De mens staat niet langer superieur boven de natuur, maar wordt verbeeld als een vorm van leven naast allerlei andere niet-menselijke levensvormen. In deze lezing ga ik na hoe dit gebeurt in enkele werken die specifiek de zee en haar bewoners tot onderwerp nemen. Aan bod komen o.a. Anton Valens’ novelle Vis (2009) over de boomkorkotter DH731 die voert op De Duitse Bocht, de wonderlijke ‘cultuurgeschiedenis’ Wieren (2018) van auteur en beeldend kunstenaar Miek Zwamborn en de klimaatroman Zee nu (2022) van Eva Meijer. Daarnaast sta ik stil bij de vraag waarom juist de zee zo’n aantrekkingskracht uitoefent, niet alleen op auteurs maar ook op de ecokritiek zelf, de studierichting die expliciet aandacht vraagt voor de relatie tussen literatuur en de biologische leefwereld waar zij, zoals elke andere cultuurvorm, deel van uitmaakt.