Categorie: open universiteit

  • De wonderronde van Bol

    Het was ongetwijfeld een van de heetste informatieavonden ooit die de opleiding afgelopen dinsdag organiseerde. ’s ochtends hielden we ons hart vast of de mensen wel zouden komen. Maar ze kwamen en ze waren enthousiast en gemotiveerd. Een mooi begin van het nieuwe academische jaar!

    Studieadviseur Quinten Rutten vertelde over de modulaire aard en opbouw van de opleiding Cultuurwetenschappen, welke ingangseisen er gelden (géén voor de Bachelor, enkele voor de Master) en hoe je tot een persoonlijk studieprogramma komt. Student Arjen Leendertz deelde zijn ervaringen met studeren aan de Open Universiteit en hoe hij dat weet te combineren met een drukke, onregelmatige baan (als uitvoerend musicus) én met een jong gezin. Maar ook hoe het is om weer met je neus in de studieboeken te zitten nadat je dat lang niet meer hebt gedaan en hoe stimulerend de verdieping kan zijn (ook al is het zeker niet altijd gemakkelijk de motivatie steeds even hoog te houden, het afstandsonderwijs heeft immers geen wekelijkse colleges die je bij de les houden, de prijs voor studeren in ‘je eigen tempo’). Als toegift gaf hij nog een waardevolle tip: blok standaard twee avonden in je agenda, dan hoef je er niet meer over na te denken of je gaat studeren maar doe je het gewoon.

    In het tweede deel van het programma mocht ik een inkijkje geven in de inhoud van de cursus Kracht van verhalen, een brede inleiding in de narratologie die studenten Cultuurwetenschappen verplicht volgen in hun propedeuse (jaja, aan de OU hebben we nog een propedeuse). Het leek mij daartoe aardig om aan de hand van een actueel voorbeeld te demonstreren wat een narratologische analyse kan opleveren, niet alleen met betrekking tot verhalen of fictie in strikte zin (romans, poëzie) maar juist ook vanuit de bredere, interdisciplinaire opvatting van cultuur die we binnen de opleiding voorstaan. In de cursus leer je namelijk niet alleen narratologische inzichten toe te passen op literaire teksten (wel de hoofdmoot), maar ook om met narratologische blik naar journalistieke, wetenschappelijke en populaire teksten te kijken. (Zo’n blik kun je overigens ook loslaten op beelden, maar daarvoor hebben we een aparte cursus: De kunst van het kijken).

    *

    Zoals zovelen afgelopen weken werd ik gegrepen door de gebeurtenissen tijdens de Olympische zomerspelen. De narratoloog in mij werd daarbij in het bijzonder geprikkeld door de verhalen die rond de spelen werden gesponnen in de media. Over het algemeen was dat een verhaal van succes (ondanks tegenslagen), van passie, doorzettingsvermogen en kracht en vooral van heel veel hoop en verbinding. Exemplarisch voor die toon is bijvoorbeeld het overzichtsartikel dat de Volkskrant bracht op maandag 12 augustus jl. getiteld ‘Met ziel en zaligheid’.

    (meer…)
  • Special issue ‘Narratives and Climate Change’

    screenshot uit de drama-serie The Swell

    Verheugd om te kunnen melden dat deze maand het special issue ‘Narratives and Climate Change’ van Interférences littéraires/Literaire interferenties is verschenen! Aanleiding voor het nummer was het symposium dat Marjolein van Herten en ik eerder organiseerden in het kader van het onderzoeksproject Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change and Technological City Scapes Through Contemporary Speculative Fiction van de Open Universiteit. Tijdens dit internationale symposium stond een interdisciplinaire blik op de performatieve kracht van verhalen in de omgang met de klimaatcrisis centraal.

    Hoewel literatuurwetenschappers meestal wat terughoudend zijn om te stellen dat het lezen van verhalen over klimaatverandering heel directe en vergaande gevolgen bij de lezer kan bewerkstelligen op het gebied van engagement, overtuiging of zelfs gedragsverandering, blijkt dat er vanuit andere wetenschapsgebieden wel degelijk grote verwachtingen bestaan ten aanzien van de rol van verhalen in de aanpak van de klimaatcrisis. In de gezondheidspsychologie worden bijvoorbeeld de effecten van narratieve informatie op risicoperceptie onderkend en managementwetenschappers benadrukken het belang van fictie en narratieven in het overtuigend en effectief maken van (klimaat)beleid.

    Tijdens het symposium stonden deze verschillende manieren waarop over de performatieve kracht van (met name speculatieve) fictie werd gedacht ter discussie. Daarbij werd nog duidelijker wat de belofte van speculatieve fictie inhield: toekomstverhalen beschrijven niet alleen een mogelijke toekomstige wereld, ze ‘maken’ die toekomst aanwezig. Op die manier kunnen speculatieve verhalen – hoe paradoxaal dit ook mag klinken – helpen om klimaatverandering minder ‘in de toekomst’ te plaatsen. Een van de cruciale inzichten van de workshop was dat door de confrontatie met de vraag wat de langetermijneffecten van ons handelen van vandaag zullen zijn op de wereld van morgen, verhalen die zich een voorstelling maken van de toekomst van klimaatverandering ons terugwijzen in het hier-en-nu. Ofwel: door middel van narratieve fictie worden de implicaties van klimaatverandering tastbaarder en zichtbaarder, ‘echter’.

    Het special issue dat nu verschenen is in het meertalige online open access tijdschrift Interférences littéraires/Literaire interferenties, is een vervolg op de uitkomsten van dit symposium. In negen artikelen wordt dit inzicht verder uitgewerkt door nader in te gaan op de formele manieren waarop dit ‘realisme’ (of beter: realiteitseffect) van klimaatveranderingsverhalen wordt waargenomen en vormgegeven in uiteenlopende media en vanuit uiteenlopende sociaal-culturele contexten. In de bijdragen worden specifieke narratieve technieken onderzocht die door deze tijdige vorm van realisme worden gebruikt om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop verhalen een cruciale rol spelen in de verbeelding van de toekomst in het licht van klimaatverandering. Hoe vormen fictieve verhalen het bovengenoemde realiteitseffect? En hoe maken ze gebruik van de specifieke kenmerken van het gebruikte medium en van de publieksperceptie bij het smeden van ‘klimaatveranderingsverhalen’?

    Het special issue bevat de volgende inhoud:

    1. ‘Introduction. Narratives and Climate Change: How to Imagine ‘the Realism of our Time’?’ door Marieke Winkler, Marjolein van Herten en Jilt Jorritsma;
    2. ‘Climate Fiction: a Posthumanist Survey door Marco Caracciolo, Kristin Ferebee, Heidi Toivonen, Gry Ulstein en Shannon Lambert;
    3. ‘Paradojas que nos piensan: el motivo del desierto vegetal en la literatura de Georg Heym y Ted Chiang como crítica al Antropoceno’ door Mario Leal Olloqui;
    4. ‘How to be Hopeful in a Dystopic Present? Rethinking Future-oriented Narratives in Aminatta Forna’s “Happiness”’ door Verónica Copello-Duque en Esther Op De Beek;
    5. ‘“het geringe nut van fictie in tijden van nood” Nederlandse schrijvers over klimaat’ door Marjolein van Herten en Lizet Duyvendak
    6. ‘When a Real Storm Hits the Shores: Representing Climate Crisis in the Television Series “The Swell”’ door Ian Kenny en Irina Souch;
    7. ‘Dramaturgie voorbij de sterren – en terug. Marjolijn van Heemstra’s “Stadsastronaut” als Verständigungsfigur voor het antropoceen’ door Alice Breemen;
    8. ‘Foreshadowing a Drought Dystopia: Reading Orhan Pamuk’s “When the Bosphorus dries up” Against the Backdrop of the Debates About the Istanbul Canal’ door Simge Yilmaz;
    9. ‘Sinking Futures Pluriversal Perspectives on Architectural and Literary Imaginaries of Mexico City’s Lake Texcoco’ door Jilt Jorritsma, Brigitte Adriaensen en Dave Huitema;
    10. ‘Literary analysis of Essays from Lived Experiences of Climate Change in Higher Education’ door Paquita Perez, Marjolein van Herten en Evelien van Nieuwenhoven.

    Het themanummer Interférences littéraires/ Literaire interferenties, n°27, “Narratives and Climate Change”, ed. Marieke WINKLER, Marjolein VAN HERTEN & Jilt JORRITSMA, November 2022 is geheel open access beschikbaar via 

    http://www.interferenceslitteraires.be/index.php/illi/issue/view/67 .

  • Verschenen: Cultuur en plein public!

    Afgelopen maanden werkten we in het geheim aan deze bundel waarvan we het eerste exemplaar op zaterdag 8 oktober overhandigden aan Lizet Duyvendak ter ere van haar afscheid als hoofddocent Letterkunde aan de Open Universiteit.

    Voor Cultuur en plein public vroegen we 16 cultuurwetenschappers te reflecteren op de vraag wat cultuurparticipatie en emancipatie bindt. Aan de hand van concrete, vaak onderbelichte casussen – van achttiende-eeuwse misdaadliteratuur tot hedendaagse tango, van ‘damesroman’ tot ‘junkieliteratuur’ – wordt inzichtelijk gemaakt welke rol cultuuruitingen speelden en spelen in emancipatiebewegingen van toen en nu. Gekeken wordt niet alleen naar de rol die kunstenaars en hun kunst vervulden in maatschappelijke discussies over ‘achterstandsgroepen’; het gaat in deze bundel ook over de bijdrage die instituties als de uitgeverij, de kunstkritiek, het onderwijs en bibliotheken door de jaren heen hebben geleverd aan de emancipatie van cultuurconsumenten (lezers in het bijzonder). 

    Zelf schreef ik een hoofdstuk over Vrouwenspiegel (1936), de dissertatie die Annie Romein-Verschoor schreef bij de dichter en op het moment dat ze begon kersverse hoogleraar Albert Verwey. In het hoofdstuk ga ik na hoe Romein-Verschoor haar ‘scholarly persona‘ vormgeeft als wetenschappelijk onderzoeker met ‘een vurig feministisch hart’. Problematisch aan Vrouwenspiegel is dat het weliswaar de eerste wetenschappelijke studie is over de productie van vrouwelijke auteurs, maar dat het die productie ook meteen als ‘middelmatig’ wegzet. Daarmee is het een uitgesproken voorbeeld van een studie die zich ophoudt op het snijvlak van literaire kritiek en literatuurwetenschap, of van wat Verschoor zelf ‘literaire sociologie’ noemde. Benieuwd wat die literaire sociologie inhield en waarom deze specifieke vorm zo belangrijk was voor Verschoors zelfprofilering als onderzoeker? Je vindt het in Cultuur en plein public, naast nog 15 mooie hoofdstukken die tezamen een historisch overzicht geven van emancipatie en cultuurparticipatie in de Lage Landen.

    Informatie van de uitgever: https://www.aup.nl/nl/book/9789463724272/cultuur-en-plein-public

    Aankondiging op neerlandsitiek.nl: https://neerlandistiek.nl/2022/10/verschenen-cultuur-en-plein-public-emancipatie-en-cultuurparticipatie-in-de-lage-landen/

  • 2022: Het nieuwe normaal (1)

    Een jaar geleden begonnen we aan de voorbereidingen voor de bundel Nooit meer dansen? De veilige stad in tijden van pandemie. Het boek – een samenwerking tussen rechts- en cultuurwetenschappers van de Open Universiteit – is een poging de impact van de coronapandemie op de Nederlandse samenleving beter te begrijpen. We wilden daarbij nadrukkelijk verder kijken dan de ‘coronacijfers’ waar de kranten en andere nieuwsmedia vol mee stonden en die, nog steeds en om begrijpelijke redenen, het politieke debat domineren en het beleid bepalen. De cijfers zijn uiteraard belangrijk, maar de continue nadruk op de aantallen ‘coronabesmettingen’ en ‘coronadoden’ of het aantal bezette ic-bedden laat tevens zien dat COVID-19 onze notie van ‘veiligheid’ in één klap vooral tot een medisch vraagstuk heeft gemaakt. De auteurs van Nooit meer dansen? vragen juist aandacht voor andere aspecten van zowel de openbare als persoonlijke veiligheid: de toenemende ongelijkheid onder scholieren door sluiting van de scholen, de afgenomen openbaarheid van de rechtspraak in tijden van lockdown, het beperken van de grondrechten van de burger door de noodwetgeving, de zichtbare en onzichtbare toename van huiselijk geweld doordat gezinnen en huishoudens meer thuiszitten, maar ook wordt de effectiviteit van het metafoorgebruik van Rutte en De Jonge onderzocht en de wijze waarop culturele uitingen zoals gedichten, romans en films betekenis geven aan de plots veranderende werkelijkheid.

    Toen we het manuscript van Nooit meer dansen? afgelopen zomer afrondden, zag de situatie er eigenlijk best goed uit. Besmettingscijfers en de ziekenhuisbezetting waren flink gedaald, het maatschappelijk leven ging langzaam open, mondkapjes waren niet langer verplicht, ‘het land haalde opgelucht adem’, schreven we in de opening van de inleiding. Maar meteen daarna kwamen ook de eerste berichten over de ‘Indiase’ of deltavariant en we besloten: ‘ja, we kunnen open, en ja, we mogen weer dansen, maar het virus blijft bij ons.’

    We hebben enorm geluk gehad dat het symposium en de bijbehorende boekpresentatie op 15 oktober 2021 in Utrecht doorgang kon vinden. Een bijeenkomst op locatie, waarbij je elkaar kunt zien en aankijken, waarbij je niet alleen een zwevend hoofd in een gallery view bent en je reactie altijd een seconde te laat is, bevestigt namelijk weer eens hoe waardevol en diepgravend een discussie of gesprek kan zijn wanneer je met elkaar dezelfde ruimte deelt. Er was live stream, maar er werd ook tango gedanst en ik was blij dat ik op de eerste rij zat om het van dichtbij te zien. Het was prachtig. Kort daarna werd zo’n bijeenkomst door coronamaatregelen weer onmogelijk.

    Een van de vragen die ik nog wilde stellen, maar waarvoor geen tijd meer was tijdens het panel ‘cultuur in crisistijd’ waarin we met onder anderen de Boekmanstichting de talrijke digitale vernieuwingen in de culturele sector bespraken: hoe brengen creatieve makers online een waardevolle uitwisseling tot stand? Het is een vraag die mij ook als docent bezighoud, want zoals we bij de Open Universiteit al langer dan de coronapandemie weten: enkel online onderwijs is alles behalve zaligmakend, reden waarom ons onderwijs altijd een mix is van activerend online leren en motiverende studiedagen en workshops op locatie.

    Universiteiten hebben zich razendsnel aangepast aan de nieuwe realiteit. In de eerste lockdownmaanden van 2020 heb ik tal van inspirerende online initiatieven gezien van collega’s die zich in rap tempo bekwaamden in het monteren van filmpjes en opnemen van podcasts. Die explosieve creativiteit houdt echter niemand twee jaar vol. Studenten en docenten snakken naar ‘normaal’ onderwijs, naar ontmoeting, uitwisseling of ‘nabijheid’ zoals Marlies De Munck en Pascal Gielen schrijven in Nabijheid. Kunst en onderwijs na Covid-19:

    In digitale versie verliezen [mensen] hun aura. Op het computerscherm lijken ze misschien wel dichtbij, maar samen met hun unieke, onvatbare verte verdwijnt ook een deel van hun aantrekkingskracht.

    De Munck en Gielen schreven dit in 2020. Intussen is het januari 2022 en is het duidelijk dat de digitale transitie die door corona in een stroomversnelling is geraakt een nieuw stadium heeft bereikt. Het online lesgeven en -volgen, overigens net als het online thuiswerken, blijft. ‘The pattern for the rest of the 2020s is not the familiar routine of the pre-covid years, but the turmoil and bewilderment of the pandemic era. The new normal is already here’, schrijft The Economist op de drempel van het nieuwe jaar. Daarom is het zaak om met elkaar te bespreken en ontdekken hoe we willen dat ons educatieve of professionele online samenzijn er uit gaat zien, hoe we van isolatie naar nieuwe connectie gaan, van synchroon naar ‘asynchroon’ werken, van klassikaal naar ‘hybride’ leren of hoe we het ook zullen noemen over een tijdje. Die vraag is moeilijk, zoals ieder voorspellen moeilijk en eigenlijk onmogelijk is, maar ook spannend en het maakt de blik even los van alles wat op dit moment niet kan. Nog niet.

  • In press:

    It was exactly 3 years ago, on the 25th of January 2018, that the international conference ‘The Icon as Cultural Model’ kicked off with a wonderful key note lecture by prof. Ann Rigney (Utrecht University). What followed were two inspiring days, during which a diversity of speakers presented many interesting examples of, and approaches to, the modelling function of the icon as an artistic, religious, political and commercial symbol.

    The Icons-conference feels like yesterday and at the same time half a lifetime away, because in 2018 we could not imagine that a global pandemic would inflict the world as it does now, nor would we even think about organizing such an event wholly online – as was the case last week, with the Open University’s follow-up conference ‘Cultural Perceptions of Safety’.

    Today, I am more than happy to announce that the conference proceedings, entitled The Construction and Dynamics of Cultural Icons, are to be published by Amsterdam University Press very soon.

    The volume offers a comprehensive overview of the existing conceptualizations of the icon and demonstrates how the concept can be fruitfully applied in cultural studies’ research. It includes chapters on, in the Western world, well-known media icons such as Brigitte Bardot, on political icons such as Lenin and on iconic national objects such as the Japanese tea bowl. There is a chapter on ‘iconic city cinema’ and how to use movies to encode geopolitics, and another one on what we can call a ‘subsequent icon’, the chest-nut tree in the garden of Anne Frank, that became an icon on its own, thus renewing the memory of the icon Anne Frank itself. But also chapters that focus more on processes of iconization: such as the role of museum exhibits in the construction of the ‘narrative’ accompanying the image and the complex question how, within the rather fixed, static iconic representation, there can be made room for new perspectives and meanings.

    The volume is part of AUP’s Heritage and Memory Series and can be pre-ordered via their website.   

  • Wetenschapsprijs 2020

    Vereerd en verguld met de nominatie voor de jaarlijkse Wetenschapsprijs van de Open Universiteit.

    Tijdens de Dies Natalis viering op 11 december wordt de winnaar bekend gemaakt!

  • terugkijken

    De avond over klimaatfictie in Spui25 is nu terug te zien op YouTube:

    En ook het interview met serious fiction auteur Sonja van der Arend van 22 oktober jl. staat online:

  • Burgers, buurt en toekomstbeelden

    Op donderdagochtend 22 oktober liep ik door een uitgestorven Utrecht, van Springweg via de Oude Gracht naar Paushuize waar het symposium ‘Burgers, buurt en toekomstbeelden‘ om 10:00 zou beginnen. De dag stond in het teken van ‘De Veilige Stad’, het interfacultaire onderzoeksprogramma dat sinds twee jaar loopt aan de Open Universiteit.

    Verschillende onderzoekers binnen het project gingen in gesprek met mensen uit het werkveld, zo spraken collega’s Frank Inklaar en Imke Smulders met coördinator buurtbemiddeling Marianne Grooten, ging collega Jasper Bongers in gesprek met Hans Spekman (PvdA, Jeugdeducatiefonds) over Hoog Catharijne en drugsproblematiek en nodigde collega Jilt Jorritsma, Sophie Moinier van Deltares uit om te spreken over de terugkeer van de natuur in de stad. Zelf had ik een leuk en boeiend gesprek met Sonja van der Arend, auteur van o.a. de waterkwaliteitsroman Een otter in Brussel (2013).

    Van der Arend gebruikt fictieschrijven als een manier om meer inzicht te krijgen in complexe (beleids)vraagstukken zoals – in het geval van Een otter in Brussel – de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn Water. Fictie past, volgens haar, veel beter bij de beweeglijkheid en complexiteit van beleid dan de formats van academisch proza. Bovendien is het uitermate geschikt om de inzichten verkregen uit onderzoek toegankelijk te maken voor een breder publiek. Het fictieschrijven is daarbij allerminst een solipsistische aangelegenheid; het verhaal ontstaat in samenspraak met anderen, betrokken burgers, beleidsmakers, gemeenteraadslieden, eventueel Haagse of Brusselse politici. ‘Samen bedenken we de hoofdpersonages, hoe zien die eruit, wat zijn hun werkomstandigheden, wat is hun thuissituatie, maar ook de plotwendingen, welke tegenspelers kom je tegen, welke bezwaren en obstakels, welke openingen’.

    Het levert herkenbare protagonisten op (althans voor milieubeleidsmedewerkers) en (voor iedereen) herkenbare en vaak komische kantoorsituaties. Ook brengen haar romans zeer gespecialiseerde kennis, zoals bijvoorbeeld over de aquatische ecologie, op een toegankelijke manier voor het voetlicht.

    Vanuit literatuurwetenschappelijk perspectief biedt haar werk een totaal nieuw want andersoortig voorbeeld van wat we doorgaans onder ‘klimaatfictie’ verstaan, veelal dystopische romans bevolkt door piekerende hoofdpersonages die zich een wereld voorbij de mens proberen voor te stellen. Van die dystopische tendens moet Van der Arend niet zoveel hebben. Het brengt ons niet veel verder, want versterkt alleen maar gevoelens van schaamte en schuld, vanuit die gevoelens wordt handelen erg moeilijk.

    Het symposium was de wandeling door de veilige ‘onveilige’ stad meer dan waard. Ik hoop dat we nog eens spreken.

    Wordt vervolgd…

    Jilt Jorritsma in gesprek met Sophie Moinier, 22 oktober 2020

  • CfP Narratives & Climate Change

    future city

    Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change through Contemporary Speculative Fiction Call for Proposals – International workshop 25-26 June 2020 in Utrecht, The Netherlands and a subsequent special issue on Narratives & Climate Change

     

    Narratives & Climate Change

    Within the current debate on the societal consequences of climate change, environmental scientists, cultural scholars and artists from different scientific disciplines stress the importance of producing compelling narratives and scenario’s to envision the safe city of the future. Especially speculative fiction – the genre that explores possible futures – is considered a powerful tool that plays an important, integrating role in imagining and engaging with the implications of climate change.

    Not only do narratives offer a great opportunity to engage readers on a personal level with the complexities of climate change, they also play a productive role in policy making practices as well as in mediating calculated, data-driven climate scenarios.

    Connected by the productive power of speculative fiction and narratives, this workshop brings together some 20-25 scholars from different fields of study, such as environmental sciences, psychology and literary studies in order to foster a better and more integrated analytical discussion on the role of narratives in envisioning the societal, psychological and cultural consequences of climate change.

    We invite researchers from environmental sciences, psychology and literary studies working in multidisciplinary teams to present a draft paper in June and discuss theoretical, methodological or empirical standpoints on the specific nature, functioning or effect of climate change narratives. Both existing multi-disciplinary teams are invited to participate, as well as individual scientists who are open to work in such a team. Based on research field and expertise, and research ideas, the aim of the organizing committee is to bring together individual participants in order to enhance multi-disciplinary research teams. The aim of the workshop in June is to publish the draft papers, subject to normal review procedure, as a special issue in a highly ranked scientific journal or edited book on ‘Narratives & Climate Change’.

     

    Topical Themes 

    The workshop is open to a broad variety of interpretations of the relationship between narratives and climate change, but we strongly encourage submissions on the following themes:

    • How to conceptualize of and empirically understand the role that narratives play in bringing the global scale of the climate crisis into the realm of the personal, and what narrative techniques (e.g., the use of metaphors, allusion or extrapolation) are used to grasp the complexity of the climate debate? How do these narrative techniques function within lived experiences of climate change? How do they influence daily routines and practices (for instance individual, household, company, community but also government decision making)? How do narratives co-produce reality and contribute to the public debate, to governance or vice versa to (environmental) science?
    • Which narrative techniques can be discerned and which ones are used to grasp the complexity of the climate debate? How and why do either utopian or dystopian future scenario’s manifest themselves within approaches from the different fields of study? How do both utopian and dystopian schemes relate to ‘eco-anxiety’ and the wish to go beyond eco-paralysis?
    • Are narratives to be understood as means (‘productive fictions’) to encourage awareness and even foster behavioral change (‘risk related affect’, learning), and if so how can this be understood and what is empirically known about the way this affect is accomplished? Concomitantly, how do narratives co-produce reality and contribute to the public debate? What is the relation between fictional elements and non-fictional or realistic data in future scenario’s?

     

    Practicalities and submission deadlines

    Interested participants (individually or already teamed up) are encouraged to submit 500 word proposals plus bibliography, accompanied by a short biography (max. 200 words) by January 31, 2020. Please send your proposal to FutureCities[a]ou.nl.

    Participants will be notified of acceptance/rejection by February 28, 2020.

    Those selected to contribute are expected to submit a draft paper by June 1, 2020 as these will be distributed to all workshop participants beforehand.

    The draft papers will be intensively debated at the workshop and full papers should tentatively be submitted by November 2020.

    Authors with questions are encouraged to contact FutureCities[a]ou.nl.

     

    Organisation

    Prof. Dr. Brigitte Adriaensen, Dr. ir. Raoul Beunen, Prof. Dr. Stefan Dekker, Dr. Marjolein van Herten (coordination), Dr. Andries Hof, Prof. Dr. Dave Huitema, Jilt Jorritsma MA, Prof. Dr. Lilian Lechner, Evelien van Nieuwenhoven MA (coordination), Prof. Dr. Paquita Perez Salgado, Dr. Marieke Winkler (coordination).

     

    Website

    https://www.ou.nl/the-safe-city-imaginaries-of-the-future-city

     

    ***

    Afbeelding: Alexis Rockman, Manifest Destiny (2004)
  • Imaginaries of the Future City

    Amsterdam onder water

    In september is het onderzoeksproject ‘Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change and Technological Cityscapes through Contemporary Speculative Fiction’ van start gegaan. Speculatieve fictie vormt hierin het uitgangspunt om samen met milieuwetenschappers en psychologen na te denken over de verschillende manieren waarop fictieve verhalen de verbeelding van de toekomstige stad vormgeven.

    Op 13 december presenteerden Marjolein van Herten en ik de eerste bevindingen tijdens het congres ‘(Un)Fair Cities: Equity, Ideology, Utopia in Urban Texts‘ (Limerick).

    Abstract

    How does narrative fiction function as an integrating discourse in constructing and shaping (collective) imaginations of a safe future city? This is the departing question of the interdisciplinary research project ‘Imaginaries of the Future City. Envisioning Climate Change and Technological Cityscapes Through Contemporary Speculative Fiction’ of the Open University of the Netherlands. In this project, researchers of different fields of study – literary studies, environmental studies and psychology – cooperate to investigate their use of narratives in thinking about and conceptualizing the future city. Our focus lies with the impact of climate change and technological developments on future city-life. In this paper we would like to share the first findings of our interdisciplinary research group, focusing in particular on the field of literary studies. The notion of ‘speculative fiction’ links to literary narratives that shape and constitute imaginations of the future city and society. In these narratives, cityscapes play a central role: they represent nodal points in which the anxiety surrounding contemporary urban problems and their impact on individuals, societal groups and their environment, are projected. For example, in the Dutch speculative novel De goede zoon (2018) the predominantly grey cityscape has infiltrated ruthlessly into rural areas; even when the protagonist finds himself ‘in nature’ the landscape is highly artificial (the dears in the forest turn out to be robots). Hence, the author confronts the reader with the question of the impact of urban planning in a globalizing world just by imaginatively ‘extrapolating’ present day developments. Even when not explicitly moralizing, the narratives produced within the framework of contemporary speculative fiction show a profound dystopian point of view raising the question to what extend they contribute to productive awareness. By analysing the way speculative fiction represents the future city this paper addresses the question to what extent speculative fiction can contribute to productive awareness of the impact of climate change and technology. Also, it offers reflection on the importance of narrative analysis in contemplating and conceptualizing the future safe city in other fields of study such as environmental studies and psychology.

     

    Het project ‘Imaginaries of the Future City’ wordt gefinancierd door het universiteitsbrede onderzoeksprogramma De Veilige Stad van de Open Universiteit.

     

    ***

    Afbeelding: Waterlicht, installatie door Daan Roosegaarde.