Categorie: poëzie

  • Henriëtte Roland Holstprijs 2026

    Deze week maakte de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (MNL) de toekenning bekend van haar verschillende prijzen. Daaronder ook de toekenning van de Henriëtte Roland Holstprijs 2026 aan Dewi de Nijs Bik voor haar bundel Indolente. Hiermee wordt deze prijs voor het eerst in zijn bestaan sinds 1957, met een hoofdknik naar de naamgeefster, toegekend aan een vrouwelijke dichter.

    Hieronder het openingsgedicht uit de indrukwekkende titelafdeling ‘Indolente’ over de oester, het oesterduiken en haar koloniale geschiedenis. Het gedicht is geschreven naar het schilderij ‘La Pesca del Corallo’ (1585) van Jacopo Zucchi, een wrange verheerlijking. ‘Smetteloos de juwelen / en verhalen’. Indolente vertelt een ander verhaal.   

    De prijs zal worden uitgereikt te Leiden op zaterdag 10 oktober 2026, tijdens de Laureatenmiddag van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

    Lees hier het juryrapport.

  • Nieuwe kritiek

    Voor DW B schreef ik over de bezwerende gedichten (’tekstielen’) van Sarah de Koning. Een prachtig poëziedebuut dat mij ook de dagboeken van Sylvia Plath deed ontdekken. De volgende uitspraak van Plath kreeg geen plekje in de bespreking, maar past helemaal bij de poëzie van De Koning waarvan je het gevoel hebt dat ze voor je ogen – nu, nu, nu – gebeurt:

    Bij mij is het heden voor altijd, en het altijd blijft veranderen, verschuiven, vloeien, smelten. Deze seconde is het leven. (…) Niets is echt behalve het heden.

    Lees de bespreking ‘Een bundel als een bijenraat’ op de website van DW B.

  • Sur place

    Uit: ‘Sur place’ van Hans Faverey (‘Het sneeuwt / maar het sneeuwt niet meer’), Raster #15, 1980.

  • Nieuwe kritiek

    Op de valreep van 2025 besprak ik voor DWB Els Moors’ nieuwe dichtbundel voer voor struikrovers. Een sterke toevoeging aan het gestaag groeiende oeuvre van Moors. Ik las de bundel in het verlengde van haar laatste roman, het al even lezenswaardige en meeslepende Mijn nachten met Spinoza (2021).

    In de bespreking ligt de nadruk op de beweging, de dynamiek, het voortgestuwd worden, ‘de nodes en verlangens’ die je alle kanten op sturen en je wortelloos maar ook volledig mens maken. Daaronder valt ook – maar in de bespreking minder benadrukt – het verlangen naar stilstand, oplossing, zoals in het volgende existentiële gedicht uit voer voor struikrovers:

    ***

    Lees ‘Hoe volledig mens te blijven. Over voer voor struikrovers van Els Moors’ op de website van DWB.

  • Avondprogramma in Perdu:

    Naar aanleiding van het verschijnen van ons themadossier ‘Chimeras & Other Animals‘ organiseren we in samenwerking met Perdu op vrijdag 24 oktober een (zoö)poëtisch programma waarin we via performance en reflectie de poëtische en culturele verbeelding van mens-dierrelaties verkennen. Hoe laten dichters dieren dieren zijn? Welke mogelijkheden biedt poëtische taal voor co-auteurschap met niet-menselijke dieren? Hoe dragen beeld en performance bij aan het aanwezig stellen van de vreemdheid en het anders-zijn van de niet-menselijke ander?

    Kom met ons verkennen!

    Zie de website van Perdu voor meer informatie en tickets.

  • Nieuwe kritiek

    Voor DW B besprak ik Tijd voor vrede, de nieuwste bundel van Charles Ducal. Het lezen ervan nodigde uit tot een reflectie over het oeuvre van Ducal waarin een intrigerende spanning naar voren komt tussen maatschappelijk engagement en autonomie, want hoe geef je als dichter vorm aan maatschappelijk engagement als je eigenlijk niet gelooft dat de poëzie daartoe in staat is? Of in de woorden uit de bundel: ‘Hoe maak je poëzie van een lijk in het water?’, zonder zich daarbij ‘een uit de krant geknipt patroon / van somberte aan te meten’ of ‘onecht’ in ‘andere lichamen’ te lopen?

    Met een glansrol voor Martinus Nijhoff, met wie Ducal het beheerst balanceren tussen traditie en een modern levensgevoel deelt.

    Lees ‘De troost van het poëtisch spreken. Over Tijd voor vrede van Charles Ducal’ op de website van het onvolprezen DW B!

  • Nieuwe kritiek

    Voor DW B probeerde ik grip te krijgen op de jongste bundel van P.C. Hooftprijswinnaar Astrid Lampe, Zachte landing op leeuwenpootjes. Een bundel over de Russisch-Oekraïense oorlog en het verliezen van een (t)huis, over de altijd bemiddelde ervaring, over een damdoorbraak en overstroming, over een plastic tuinstoel als lichtend baken, maar bovenal een bundel waarin gepoogd wordt om de ‘abc-moertjes’ van het woord oorlog los te wrikken – een leeservaring alsof je loopt door een Cakewalk.

    Lees de bespreking op de website van DW B.

  • Nieuwe kritieken op DWB

    ‘Paradox van de poëzie: iets vangen wat er wel en niet is.

    Het lot van de dichter: jagen.

    Het gedicht: een buigzaam lichaam.’

    Lees hier mijn bespreking van Zabriskie (2023) de jongste bundel van Peter Verhelst.

    ‘Na de winter lijken de exotische grasparkieten overleden, maar in de lente komen ze naakt weer tevoorschijn. Een man met jachtgeweer kruipt in het lichaam van een vogel. De slotregels besluiten verlangend: ‘In die gouden tong wil ik liggen / en wachten tot alles uit me stroomt’. In de gedichten van Deraedt wil je liggen om te wachten tot de zon opkomt.’

    En hier mijn bespreking van Kleine wereld (2023) van Mattijs Dereadt.

  • Sybren Poletprijs 2024

    Woensdag 19 juni a.s. reiken we voor de derde keer de Sybren Poletprijs uit voor experimentele literatuur en wel aan een heel bijzondere laureaat: Lidy van Marissing (1942). Van Marissing wordt vaak genoemd in het rijtje ‘neo-avantgardisten’, auteurs van het zogenaamde ‘ander proza’ als Polet, Jacq Vogelaar, Daniël Robberechts en H.C. ten Berge. Haar zeer veelzijdig oeuvre van proza en poëzie, toneel en filmscenario’s verdient het echter om opnieuw gelezen en gewogen te worden. Dat kan vanaf de 19e ondermeer dankzij het verschijnen van de nieuwe dichtbundel De verwerping van het stilzitten (het balanseer). Het belooft een mooie middag te worden met bijdragen van o.a. Babs Gons, Hannah van Binsbergen en Aafke Romeijn. Ik zie er alvast erg naar uit het werk van Van Marissing de 19e op deze manier in het zonnetje te zetten!

    Naar aanleiding van de bekendmaking schreef Thomas de Veen dit mooie profiel in NRC.

    Ook via Bazarow. was er aandacht voor het nieuws.

  • Nagenoeg

    Voor DW B besprak ik de bundel Nagenoeg (2023), het poëziedebuut van Filip Rogiers.

    Het is bijna bevreemdend om in de huidige trend van meer narratieve, en spreektalige of prozaïsche poëzie, waarin het botsen van registers en genres wordt omarmd, zulke gecomprimeerde, geboetseerde verzen te lezen als die van Rogiers. ‘Soms lijken Rogiers gedichten op in taal gestolde depressies’, aldus de achterflap. Inderdaad, soms lijkt dat zo, in taal en tijd gestold. Niet iedereen zal daar gecharmeerd van zijn (noch van de gewichtige poëtische toon), maar meermaals is er net genoeg licht om ook de donkere delen van contrast te voorzien (…)  juist in strijklicht wordt de donkere omgeving in al haar diepte zichtbaar.

    Lees hier de volledige bespreking.