Blog

  • 2022: Het nieuwe normaal (1)

    Een jaar geleden begonnen we aan de voorbereidingen voor de bundel Nooit meer dansen? De veilige stad in tijden van pandemie. Het boek – een samenwerking tussen rechts- en cultuurwetenschappers van de Open Universiteit – is een poging de impact van de coronapandemie op de Nederlandse samenleving beter te begrijpen. We wilden daarbij nadrukkelijk verder kijken dan de ‘coronacijfers’ waar de kranten en andere nieuwsmedia vol mee stonden en die, nog steeds en om begrijpelijke redenen, het politieke debat domineren en het beleid bepalen. De cijfers zijn uiteraard belangrijk, maar de continue nadruk op de aantallen ‘coronabesmettingen’ en ‘coronadoden’ of het aantal bezette ic-bedden laat tevens zien dat COVID-19 onze notie van ‘veiligheid’ in één klap vooral tot een medisch vraagstuk heeft gemaakt. De auteurs van Nooit meer dansen? vragen juist aandacht voor andere aspecten van zowel de openbare als persoonlijke veiligheid: de toenemende ongelijkheid onder scholieren door sluiting van de scholen, de afgenomen openbaarheid van de rechtspraak in tijden van lockdown, het beperken van de grondrechten van de burger door de noodwetgeving, de zichtbare en onzichtbare toename van huiselijk geweld doordat gezinnen en huishoudens meer thuiszitten, maar ook wordt de effectiviteit van het metafoorgebruik van Rutte en De Jonge onderzocht en de wijze waarop culturele uitingen zoals gedichten, romans en films betekenis geven aan de plots veranderende werkelijkheid.

    Toen we het manuscript van Nooit meer dansen? afgelopen zomer afrondden, zag de situatie er eigenlijk best goed uit. Besmettingscijfers en de ziekenhuisbezetting waren flink gedaald, het maatschappelijk leven ging langzaam open, mondkapjes waren niet langer verplicht, ‘het land haalde opgelucht adem’, schreven we in de opening van de inleiding. Maar meteen daarna kwamen ook de eerste berichten over de ‘Indiase’ of deltavariant en we besloten: ‘ja, we kunnen open, en ja, we mogen weer dansen, maar het virus blijft bij ons.’

    We hebben enorm geluk gehad dat het symposium en de bijbehorende boekpresentatie op 15 oktober 2021 in Utrecht doorgang kon vinden. Een bijeenkomst op locatie, waarbij je elkaar kunt zien en aankijken, waarbij je niet alleen een zwevend hoofd in een gallery view bent en je reactie altijd een seconde te laat is, bevestigt namelijk weer eens hoe waardevol en diepgravend een discussie of gesprek kan zijn wanneer je met elkaar dezelfde ruimte deelt. Er was live stream, maar er werd ook tango gedanst en ik was blij dat ik op de eerste rij zat om het van dichtbij te zien. Het was prachtig. Kort daarna werd zo’n bijeenkomst door coronamaatregelen weer onmogelijk.

    Een van de vragen die ik nog wilde stellen, maar waarvoor geen tijd meer was tijdens het panel ‘cultuur in crisistijd’ waarin we met onder anderen de Boekmanstichting de talrijke digitale vernieuwingen in de culturele sector bespraken: hoe brengen creatieve makers online een waardevolle uitwisseling tot stand? Het is een vraag die mij ook als docent bezighoud, want zoals we bij de Open Universiteit al langer dan de coronapandemie weten: enkel online onderwijs is alles behalve zaligmakend, reden waarom ons onderwijs altijd een mix is van activerend online leren en motiverende studiedagen en workshops op locatie.

    Universiteiten hebben zich razendsnel aangepast aan de nieuwe realiteit. In de eerste lockdownmaanden van 2020 heb ik tal van inspirerende online initiatieven gezien van collega’s die zich in rap tempo bekwaamden in het monteren van filmpjes en opnemen van podcasts. Die explosieve creativiteit houdt echter niemand twee jaar vol. Studenten en docenten snakken naar ‘normaal’ onderwijs, naar ontmoeting, uitwisseling of ‘nabijheid’ zoals Marlies De Munck en Pascal Gielen schrijven in Nabijheid. Kunst en onderwijs na Covid-19:

    In digitale versie verliezen [mensen] hun aura. Op het computerscherm lijken ze misschien wel dichtbij, maar samen met hun unieke, onvatbare verte verdwijnt ook een deel van hun aantrekkingskracht.

    De Munck en Gielen schreven dit in 2020. Intussen is het januari 2022 en is het duidelijk dat de digitale transitie die door corona in een stroomversnelling is geraakt een nieuw stadium heeft bereikt. Het online lesgeven en -volgen, overigens net als het online thuiswerken, blijft. ‘The pattern for the rest of the 2020s is not the familiar routine of the pre-covid years, but the turmoil and bewilderment of the pandemic era. The new normal is already here’, schrijft The Economist op de drempel van het nieuwe jaar. Daarom is het zaak om met elkaar te bespreken en ontdekken hoe we willen dat ons educatieve of professionele online samenzijn er uit gaat zien, hoe we van isolatie naar nieuwe connectie gaan, van synchroon naar ‘asynchroon’ werken, van klassikaal naar ‘hybride’ leren of hoe we het ook zullen noemen over een tijdje. Die vraag is moeilijk, zoals ieder voorspellen moeilijk en eigenlijk onmogelijk is, maar ook spannend en het maakt de blik even los van alles wat op dit moment niet kan. Nog niet.

  • Poletcetera

    Op donderdag 18 november werd de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor de tweede keer uitgereikt aan dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Michael Tedja. Ondanks de aangescherpte coronamaatregelen kon de feestelijke uitreiking doorgang vinden in Felix Meritis te Amsterdam. Het was een hele mooie middag waarin het werk van Tedja én Polet gevierd werd met beeld, muziek en voordracht. Stadsdichter Gershwin Bonevacia droeg vroege gedichten van Polet voor, schrijfster Annelies Verbeke sprak een lofrede op Tedja’s literaire oeuvre uit en Eva van Manen verzorgde een muzikale reactie op het werk van Polet (“nieuwe deuren / hebben we nodig / naar een weelde / in ons hoofd”).

    Verheugend bericht was er ook vanuit de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL) die komende jaren aan de slag gaat het volledige oeuvre van Sybren Polet te digitaliseren. De eerste titels zijn al te lezen via de website. Dwaal bijvoorbeeld met Mr. Iks of de X-Mens rond in de bundel persoon/onpersoon:

    Dan, eindelijk licht, de hoogtezon in zicht…

    En/verder, verder: zichtbaar nu,

    hij fotografeert alle politieagenten, alle fotografen (het werkt

    verwarrend), alle politici./Ontvoert de minister-president

    en dwingt hem spitskool te eten, betaalgebaren te maken.

    Koopt alle reklamezendtijd op en laat het scherm blanko:

    Het publiek is radeloos, weet niet wat te kopen, maakt amok –

    En verder, verder, rusteloos, recidivist –

    (…)

    De Sybren Poletprijs is een van de grootste literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied en is ter bekroning van het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die schrijft en werkt in de geest van de experimentele dichter, prozaschrijver en essayist Sybren Polet (1924-2015).

  • the public circulation of knowledge

    Exactly one week ago, the 9th Making of the Humanities conference kicked off. What followed were three days of excellent panels and lectures under the theme ‘Unfolding Disciplines’.

    Scholars of the Lund Center for the History of Knowledge invited me to join their panel on ‘The humanities and the public sphere in post-war Western Europe’. While the history of the modern humanities traditionally focuses on the university and academic disciplines – and, increasingly, on interdisciplinary constellations – this panel set out to investigate the public circulation of knowledge, that is: the way humanistic knowledge functions outside the university and in interaction with press, radio, television and the wider book market.

    Anton Jansson spoke about the way humanistic knowledge was shaped in educational initiatives of the Swedish Labour Movement in the postwar years, Ragni Svensson took us to several independent Scandinavian socialist book cafes from the 1970’s and high lightened these places as ‘alternative knowledge sites’, and in my own lecture I took the opportunity to look at the literary magazine Merlyn (1962-1966) which was an important mediator for New Critics’ insights into Dutch literary studies and in a way illustrates the process of knowledge transfer from the public to the university (stimulated in that time by the rise of paperbacks). Finally, Johan Östling introduced the concept of a ‘public arena of knowledge’ and analyzed the broadcasting show ‘Ask Lund’ arguing that in the newest form of media (in this case: television) classical humanistic knowledge could thrive.

    Studying these examples of public knowledge circulation poses important questions on the way the societal relevance of the humanities can be studied. To mention just a few of the questions that came up during the panel: What are the public spheres of relevance in the postwar years and how did they develop? What are its gatekeepers, both visible and invisible? What is the role of alternative sites of knowledge (then and now), how do they interact with academic disciplines and vica versa? And… when does humanistic knowledge actually stop to be part of the humanities?

    I’m looking forward reading more on the public circulation of knowledge and the concept of ‘knowledge arena’s’ in the upcoming issue of History of Humanities guest edited by Östling and colleagues!

  • Campusficties

    De universitaire wereld spreekt al sinds vroegmoderne tijden tot de verbeelding van literaire auteurs. Vooral in de Anglo-Amerikaanse literatuur vierde de ‘campus novel’ hoogtij als een satirische ontleding van de microkosmos op de campus. Maar ook in andere taalgebieden is campusfictie te vinden, die bovendien vaak expliciet op de populaire Anglo-Amerikaanse voorbeelden reageert. Voor de zomer verscheen bij Academia Press de meertalige bundel Campus Fictions. Literary and intermedial constructions of the university world waarin dit curieuze en vermakelijke genre onder de loep wordt genomen.

    Esther Op de Beek (Universiteit Leiden) en ik droegen een hoofdstuk bij over nieuwe (digitale) vormen van Nederlandstalige campusfictie. Het hoofdstuk bespreekt Omerta van Wouter Oudemans dat zijn oorsprong heeft in digitale nieuwsbrieven die Oudemans aan zijn studenten en andere geïnteresseerden stuurde, het als ‘weblogroman’ aangekondigde Breukvlak van Eelco Runia en het online ‘managersfeuilleton’ De verleden tijd van lijken van Marc van Oostendorp. Welk beeld van het genre en, daarmee samenhangend, welk beeld van de universiteit treedt naar voren in deze markante nieuwe voorbeelden van universiteitsliteratuur? Je leest het in de mooie bundel Campus Fictions / Campusfictie!

    ***

    Op neerlandistiek.nl verscheen een eerste bespreking van het boek. 

  • Donker in Davos

    Tijdens het interbellum groeide het Zwitserse bergdorp Davos uit tot een populaire reisbestemming. Niet alleen trokken veel longpatiënten naar de sanatoria hoog in de Zwitserse Alpen, ook ontstond in het dal een levendige wintersportcultuur.

    Literair werd Davos vereeuwigd in de grote roman Der Zauberberg (1924) van Thomas Mann. Met Schaduw der bergen (1935) schreef de Nederlandse literator en criticus Anthonie Donker (1902-1965), zelf longpatiënt, zijn eigen Davos-roman. Welk beeld van het sanatoriumleven komt in deze roman naar voren en hoe past het werk in de bestaande literaire beeldvorming rondom het beroemde dorp?

    Hierover schreef ik in de jongste aflevering van het literair-historische tijdschrift Zacht Lawijd. Inclusief mooi beeldmateriaal, dankzij het onvolprezen Literatuurmuseum!

  • CfP special issue ‘Narratives & Climate Change’

    Following up on our workshop ‘Narratives & Climate Change’ of June 2020 we are composing a special issue together with the peer-reviewed, international and multilingual online journal Interférences litteraires/literaire interferenties.

    Thematic focus and key questions:

    Within the current debate on the societal and environmental impact of climate change scientists and policymakers as well as artists stress the importance of producing compelling narratives to envision a safe future society. Especially speculative fiction – the genre that explores possible futures – plays an important, integrating role in imagining and engaging with the implications of climate change: not only do fictional narratives offer a great opportunity to engage readers on a personal level with the complexities and scale of climate change, they also prove to be productive in policy making practices and in mediating calculated, data-driven climate scenarios (Hajer 2005; Hulme 2009; Thomas 2013; Moezzi a.o. 2017; Johns-Putra 2016 and 2019).

    This special issue sets out to investigate the integrative power of speculative fiction, focusing in particular on the intersection between literature and environmental sciences by focusing on the following key questions:

    1. How to conceptualize the role that narratives play in bringing the global scale of climate change into the realm of the personal?
    2. How do fictional narratives co-produce reality and contribute to the public debate, to governance or vice versa to (environmental) science? Are narratives indeed to be understood as means (‘productive fictions’) to encourage awareness and even foster behavioral change (‘risk related affect’, learning)?
    3. What narrative techniques (e.g., the use of metaphors, allusion or extrapolation) are used in both scientific and artistic discourse to envision the consequences of climate change? How do they differ in use, where do they overlap? How do both utopian and dystopian storylines relate to ‘eco-anxiety’ and the wish to go beyond eco-paralysis? How and why do utopian or dystopian future scenario’s manifest themselves within approaches from the different fields of study?

    Practicalities:

    Interférences litteraires/literaire interferenties (ISSN 2031-2970) is a peer-reviewed, international and multilingual online journal (DOAJ) devoted to the interaction between literature and cultural and societal practices. For more information see: http://www.interferenceslitteraires.be/index.php/illi/index.

    Researchers from literary and cultural studies with a focus on environmental humanities and sciences are invited to contribute full-length articles of approximately 8-10.000 words incl. footnotes and references. We particularly promote diversity in terms of theoretical frameworks and geographical contexts. We especially encourage non-English contributions (e.g. French, German, Spanish).  

    If you are interested in contributing, please send an email to ClimateNarratives@ou.nl by April 16th, 2021 including an abstract (ca. 250-500 words) and a short bio (max. 200 words). The outcome of the selection process will be communicated before May 9th, 2021. We are expecting completed contributions by December 1st, 2021 after which the journal’s peer review procedure will start. The issue is planned for Spring 2022.

    Editorial note:

    The proposal for this issue follows up on the international workshop ‘Narratives & Climate Change’ held online on June 25th-26th, 2020 (Open University). The workshop is part of the research network project ‘Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change and Technological Cityscapes through Contemporary Speculative Fiction’. More information on the network project is to be found on our webpage: https://www.ou.nl/en/the-safe-city-imaginaries-of-the-future-city

    References:

    Hajer, M.A. (2005). ‘Rebuilding ground zero. The politics of performance’. Planning theory & practice, 6(4), 445-464.

    Hulme, Mike. (2009). Why we disagree about climate change. Cambridge University Press. 

    Johns-Putra, A. (ed.) (2016). Climate and Literature. Cambridge Critical Concepts Series. Cambridge University Press.

    Johns-Putra, A. (2019). Climate Change and the Contemporary Novel. Cambridge University Press.

    Moezzi, Mithra, Kathryn B. Janda, Sea Rotmann. (2017). ‘Using stories, narratives, and storytelling in energy and climate change research’. Energy Research & Social Sciences, Vol.31, 1-10.

    Thomas, P.L. (ed.) (2013) Science Fiction and Speculative Fiction. Challenging genres. Sense Publishers, Rotterdam/Boston. 

  • In press:

    It was exactly 3 years ago, on the 25th of January 2018, that the international conference ‘The Icon as Cultural Model’ kicked off with a wonderful key note lecture by prof. Ann Rigney (Utrecht University). What followed were two inspiring days, during which a diversity of speakers presented many interesting examples of, and approaches to, the modelling function of the icon as an artistic, religious, political and commercial symbol.

    The Icons-conference feels like yesterday and at the same time half a lifetime away, because in 2018 we could not imagine that a global pandemic would inflict the world as it does now, nor would we even think about organizing such an event wholly online – as was the case last week, with the Open University’s follow-up conference ‘Cultural Perceptions of Safety’.

    Today, I am more than happy to announce that the conference proceedings, entitled The Construction and Dynamics of Cultural Icons, are to be published by Amsterdam University Press very soon.

    The volume offers a comprehensive overview of the existing conceptualizations of the icon and demonstrates how the concept can be fruitfully applied in cultural studies’ research. It includes chapters on, in the Western world, well-known media icons such as Brigitte Bardot, on political icons such as Lenin and on iconic national objects such as the Japanese tea bowl. There is a chapter on ‘iconic city cinema’ and how to use movies to encode geopolitics, and another one on what we can call a ‘subsequent icon’, the chest-nut tree in the garden of Anne Frank, that became an icon on its own, thus renewing the memory of the icon Anne Frank itself. But also chapters that focus more on processes of iconization: such as the role of museum exhibits in the construction of the ‘narrative’ accompanying the image and the complex question how, within the rather fixed, static iconic representation, there can be made room for new perspectives and meanings.

    The volume is part of AUP’s Heritage and Memory Series and can be pre-ordered via their website.   

  • Wetenschapsprijs 2020

    Vereerd en verguld met de nominatie voor de jaarlijkse Wetenschapsprijs van de Open Universiteit.

    Tijdens de Dies Natalis viering op 11 december wordt de winnaar bekend gemaakt!

  • terugkijken

    De avond over klimaatfictie in Spui25 is nu terug te zien op YouTube:

    En ook het interview met serious fiction auteur Sonja van der Arend van 22 oktober jl. staat online:

  • Klimaatfictie in Spui25

    Mural in de Spaanse stad Estepona

    Vanavond staat er weer een gesprek gepland (ik begin het nog leuk te vinden, deze vorm van onderzoek!).

    Spui25 host een avond over klimaatfictie in Nederland en Vlaanderen, maar vooral ook daarbuiten:

    “We vragen ons af hoe fantasy en science-fiction de onwaarschijnlijke werkelijkheid voorstelbaar maken, en bespreken hoe recent klimaatfictie eigenlijk is. Is de groeiende populariteit ook niet een typisch ‘Westers’ fenomeen dat vooral populair is binnen de Engelstalige literatuur? Loopt Nederland daar (nog steeds) bij achter, en zo ja, hoe valt dat te verklaren? Bij deze vragen staan de valkuilen van literatuur over klimaatverandering centraal: hoe te vermijden dat een verhaal een al te simplistische moraal verkondigt, of een schematische tegenstelling van daders (het Westen) en slachtoffers (de rest) presenteert?”

    Tafelgenoten zijn Tom Idema (samensteller van het themanummer van Armada over klimaatfictie), Kristine Steenbergh (Vrije Universiteit), Pieter Vermeulen (KU Leuven) en Fiep van Bodegom (publicist voor onder andere De Groene Amsterdammer, redacteur bij De Gids en verder auteur van dit steengoede essay over klimaatliteratuur in Nederland).

    De avond is via live stream te volgen.

    Aanmelden kan hier.