Blog

  • Nieuwe kritiek

    Voor DW B probeerde ik grip te krijgen op de jongste bundel van P.C. Hooftprijswinnaar Astrid Lampe, Zachte landing op leeuwenpootjes. Een bundel over de Russisch-Oekraïense oorlog en het verliezen van een (t)huis, over de altijd bemiddelde ervaring, over een damdoorbraak en overstroming, over een plastic tuinstoel als lichtend baken, maar bovenal een bundel waarin gepoogd wordt om de ‘abc-moertjes’ van het woord oorlog los te wrikken – een leeservaring alsof je loopt door een Cakewalk.

    Lees de bespreking op de website van DW B.

  • De stad als palimpsest

    Wat is een stad? Deze vraag staat centraal in het nieuwste themanummer van het literatuurwetenschappelijke tijdschrift Vooys. Met bijdragen van o.a. Daan Wesselman, Bram Caers en Rona Loeffen. In onze bijdrage aan dit themanummer belichten Marjolein van Herten en ik het bloeiende onderzoeksveld van de literary urban studies en analyseren we vanuit die hoek twee toekomstromans die reflecteren over het einde van de stad: De eerste hond in de ruimte (2010), de debuutroman van Jeroen van Rooij over een grote Europese stad waarvan de laatste dagen zijn geteld en het met de Boekenbon literatuurprijs bekroonde Gebied 19 (2023) van Esther Gerritsen waarin het grootste (én vitaalste) deel van de bevolking is getransporteerd naar planeet T01-700 D, een ruimere en schonere versie van de oorspronkelijke aarde die zo goed als opgebruikt is.

    In onze analyse hanteren we het metaforische begrip palimpsest als leidraad om na te gaan hoe de stedelijke ruimte van de toekomst in beide romans wordt verbeeld, zowel op inhoudelijk niveau (the material city as palimpsest) als op het niveau van de representatie (the represented city as palimpsest) en het niveau van de geschiedenis (urban literary history as palimpsest): hoe verhoudt de verbeelding van de toekomstige stad zich tot de stadsbeelden die in het verhaalheden tot het verleden behoren? En wat staat er met het verbeelde naderende einde van de stad op het spel: het einde van de wereld – zoals een bekend cli-fi motief wil – of het einde van ‘een’ wereld, en welke wereld dan?

    Lees het in de nieuwste Vooys!

    Marieke Winkler & Marjolein van Herten, ‘Gelaagde toekomst. De stad als palimpsest in De eerste hond in de ruimte (2010) en Gebied 19 (2023)’, in: Vooys 43.1, 2025.

  • Nieuwe kritieken op DWB

    ‘Paradox van de poëzie: iets vangen wat er wel en niet is.

    Het lot van de dichter: jagen.

    Het gedicht: een buigzaam lichaam.’

    Lees hier mijn bespreking van Zabriskie (2023) de jongste bundel van Peter Verhelst.

    ‘Na de winter lijken de exotische grasparkieten overleden, maar in de lente komen ze naakt weer tevoorschijn. Een man met jachtgeweer kruipt in het lichaam van een vogel. De slotregels besluiten verlangend: ‘In die gouden tong wil ik liggen / en wachten tot alles uit me stroomt’. In de gedichten van Deraedt wil je liggen om te wachten tot de zon opkomt.’

    En hier mijn bespreking van Kleine wereld (2023) van Mattijs Dereadt.

  • De wonderronde van Bol

    Het was ongetwijfeld een van de heetste informatieavonden ooit die de opleiding afgelopen dinsdag organiseerde. ’s ochtends hielden we ons hart vast of de mensen wel zouden komen. Maar ze kwamen en ze waren enthousiast en gemotiveerd. Een mooi begin van het nieuwe academische jaar!

    Studieadviseur Quinten Rutten vertelde over de modulaire aard en opbouw van de opleiding Cultuurwetenschappen, welke ingangseisen er gelden (géén voor de Bachelor, enkele voor de Master) en hoe je tot een persoonlijk studieprogramma komt. Student Arjen Leendertz deelde zijn ervaringen met studeren aan de Open Universiteit en hoe hij dat weet te combineren met een drukke, onregelmatige baan (als uitvoerend musicus) én met een jong gezin. Maar ook hoe het is om weer met je neus in de studieboeken te zitten nadat je dat lang niet meer hebt gedaan en hoe stimulerend de verdieping kan zijn (ook al is het zeker niet altijd gemakkelijk de motivatie steeds even hoog te houden, het afstandsonderwijs heeft immers geen wekelijkse colleges die je bij de les houden, de prijs voor studeren in ‘je eigen tempo’). Als toegift gaf hij nog een waardevolle tip: blok standaard twee avonden in je agenda, dan hoef je er niet meer over na te denken of je gaat studeren maar doe je het gewoon.

    In het tweede deel van het programma mocht ik een inkijkje geven in de inhoud van de cursus Kracht van verhalen, een brede inleiding in de narratologie die studenten Cultuurwetenschappen verplicht volgen in hun propedeuse (jaja, aan de OU hebben we nog een propedeuse). Het leek mij daartoe aardig om aan de hand van een actueel voorbeeld te demonstreren wat een narratologische analyse kan opleveren, niet alleen met betrekking tot verhalen of fictie in strikte zin (romans, poëzie) maar juist ook vanuit de bredere, interdisciplinaire opvatting van cultuur die we binnen de opleiding voorstaan. In de cursus leer je namelijk niet alleen narratologische inzichten toe te passen op literaire teksten (wel de hoofdmoot), maar ook om met narratologische blik naar journalistieke, wetenschappelijke en populaire teksten te kijken. (Zo’n blik kun je overigens ook loslaten op beelden, maar daarvoor hebben we een aparte cursus: De kunst van het kijken).

    *

    Zoals zovelen afgelopen weken werd ik gegrepen door de gebeurtenissen tijdens de Olympische zomerspelen. De narratoloog in mij werd daarbij in het bijzonder geprikkeld door de verhalen die rond de spelen werden gesponnen in de media. Over het algemeen was dat een verhaal van succes (ondanks tegenslagen), van passie, doorzettingsvermogen en kracht en vooral van heel veel hoop en verbinding. Exemplarisch voor die toon is bijvoorbeeld het overzichtsartikel dat de Volkskrant bracht op maandag 12 augustus jl. getiteld ‘Met ziel en zaligheid’.

    (meer…)
  • Sybren Poletprijs 2024

    Woensdag 19 juni a.s. reiken we voor de derde keer de Sybren Poletprijs uit voor experimentele literatuur en wel aan een heel bijzondere laureaat: Lidy van Marissing (1942). Van Marissing wordt vaak genoemd in het rijtje ‘neo-avantgardisten’, auteurs van het zogenaamde ‘ander proza’ als Polet, Jacq Vogelaar, Daniël Robberechts en H.C. ten Berge. Haar zeer veelzijdig oeuvre van proza en poëzie, toneel en filmscenario’s verdient het echter om opnieuw gelezen en gewogen te worden. Dat kan vanaf de 19e ondermeer dankzij het verschijnen van de nieuwe dichtbundel De verwerping van het stilzitten (het balanseer). Het belooft een mooie middag te worden met bijdragen van o.a. Babs Gons, Hannah van Binsbergen en Aafke Romeijn. Ik zie er alvast erg naar uit het werk van Van Marissing de 19e op deze manier in het zonnetje te zetten!

    Naar aanleiding van de bekendmaking schreef Thomas de Veen dit mooie profiel in NRC.

    Ook via Bazarow. was er aandacht voor het nieuws.

  • CfP ‘Chimaera’s & andere dieren’

    Voor LOCUS – open access e-journal voor Cultuurwetenschappen bereid ik samen met collega Marieke Borren (filosofie) een themadossier voor over het verbeelden van en denken over de relatie tussen menselijke en niet-menselijke dieren. De Call for Papers getiteld ‘Chimaera’s & andere dieren. De culturele verbeelding en conceptualisering van menselijke en niet-menselijke dieren’ is hier te raadplegen. We verwelkomen voorstellen voor bijdragen (3000 woorden) uit verschillende wetenschappelijke en filosofische disciplines, alsook bijdragen uit artistieke hoek.

    Voorstellen voor artikelen (maximaal 200 woorden + voorlopige titel + een bio) kunnen worden ingestuurd via locus@ou.nl. Deadline voor voorstellen is 1 september 2024. Publicatie van het dossier is voorzien in voorjaar 2025.

  • Nagenoeg

    Voor DW B besprak ik de bundel Nagenoeg (2023), het poëziedebuut van Filip Rogiers.

    Het is bijna bevreemdend om in de huidige trend van meer narratieve, en spreektalige of prozaïsche poëzie, waarin het botsen van registers en genres wordt omarmd, zulke gecomprimeerde, geboetseerde verzen te lezen als die van Rogiers. ‘Soms lijken Rogiers gedichten op in taal gestolde depressies’, aldus de achterflap. Inderdaad, soms lijkt dat zo, in taal en tijd gestold. Niet iedereen zal daar gecharmeerd van zijn (noch van de gewichtige poëtische toon), maar meermaals is er net genoeg licht om ook de donkere delen van contrast te voorzien (…)  juist in strijklicht wordt de donkere omgeving in al haar diepte zichtbaar.

    Lees hier de volledige bespreking.

  • Wij zijn uitgeweken

    Voor DW B besprak ik Wij zijn uitgeweken (2022) het poëziedebuut van Anne Louïse van den Dool.

    “…in de poëzie van Van den Dool wordt duidelijk hoezeer de waarnemer allesbehalve onafhankelijk is, hoe het ‘systeem’ van gezin, geliefden, vrienden de eigen positie bepaalt en hoe het sprekend/denkend subject continu in bestaande sociale patronen wordt gegoten waarbinnen het vervolgens probeert de eigen positie te hervinden. Bovenal gaat het erom niet in een tunnel vast te komen zitten, uit de schacht en uit de koker te manoeuvreren. Niet in de laatste plaats via de taal, deze taal, de lyrische taal als de uitgestoken hand die je vast kan pakken en die je helpt een andere kant op te zwenken. Poëzie maakt het mogelijk daadwerkelijk uit te wijken.”

    De kritieken van DW B verschijnen online op https://www.dwb.be/lees/literaire-kritieken.

  • Krop

    Voor DWB besprak ik Krop, het poëziedebuut van Anne Provoost.

    In Krop slaagt Anne Provoost erin om de lezer terug te transporteren naar die verwarrende jaren van de coronapandemie. Weet je nog: de verveling, de angst, de discussies over ‘dor hout’, de poëziekettingbrieven? Via speelse taal wordt dat gekke vacuüm in de tijd vakkundig weer opgebroken. Voelt de pandemie ver weg? Niet als je deze bundel leest.

    Met het openbreken (of beter: ontkroppen) dient zich bovendien nog heel wat meer aan, want Krop is veel meer dan een coronabundel, zoals het motto op het titelblad ons reeds attendeert: ‘Want er is tussen ons iets enorms aan de gang’…

    Benieuwd naar dat ‘meer’? Lees de volledige kritiek op de website van DWB.

  • Verschenen: Utopia, Equity and Ideology in Urban Texts – Fair and Unfair Cities

    Deze zomer verscheen Utopia, Equity and Ideology in Urban Texts. Fair and Unfair Cities, het nieuwste deel in de Literary Urban Studies (LIURS)-serie van Palgrave MacMillan. Het boek volgt op het congres (Un)Fair Cities. Equity, Ideology and Utopia in Urban Texts dat in december 2019 in Limerick georganiseerd werd door de Association for Literary Urban Studies en het Ralahine Centre for Utopian Studies.

    In ‘Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change and Technological Cityscapes through Dutch Contemporary Speculative Fiction’ dat als hoofdstuk is opgenomen in dit boek, beschrijven Marjolein van Herten en ik de opkomst en ontwikkeling van de toekomstliteratuur (future novel) en speculatieve fictie in Nederland, en de recente opleving daarvan in boekhandel én academische literatuurstudie.

    In het hoofdstuk bespreken we acht Nederlandse teksten die verschenen tussen 2014 en 2021: Weerwater (2015) van Renate Dorrestein; Kop uit het zand (2016) van Jan Terlouw; In alle steden (2017) van Aukelien Weverling; Klont (2017) van Maxim Februari; De goede zoon (2018) van Rob van Essen; Concept M. (2018) van Aafke Romeijn; Het boek van alle angsten (2020) van Emy Koopman; en KliFi. Woede in de Republiek Nederland (2021) van Adriaan van Dis.

    De focus ligt daarbij enerzijds op de manier waarop de stedelijke en natuurlijke leefomgeving wordt verbeeld. In hoeverre wagen Nederlandse auteurs zich aan de verbeelding van fantastische nieuwe werelden of blijven zij toch liever ‘dicht bij huis’ (en waarom dan)?

    Anderzijds zijn we benieuwd hoe de nieuwe interesse in extrapolatie (het verlengen, intensiveren of uitbreiden van elementen uit het heden naar een toekomst of alternatief heden) wordt verbonden aan het recente debat over Nederlandse klimaatfictie. Daarin gaan we, thematisch en formeel, op zoek naar elementen van ‘utopian hope’. Welke elementen van ‘utopian hope’ vallen te herkennen naast de duidelijke dystopische impuls in Nederlandse speculatieve (kilmaat)fictie?

    Benieuwd naar onze bevindingen? Lees dan het hoofdstuk:

    Marieke Winkler and Marjolein van Herten (2023). ‘Imaginaries of the Future City: Envisioning Climate Change and Technological Cityscapes through Dutch Contemporary Speculative Fiction’, in: Michael G. Kelly and Mariano Paz (eds.) Utopia, Equity and Ideology in Urban Texts. Fair and Unfair Cities. Palgrave Macmillan Cham. ISBN 978-3-031-25854-1. https://doi.org/10.1007/978-3-031-25855-8

    In this chapter, we address the flourishing and fast-growing production of future novels within contemporary Dutch literature since 2014. We analyse the ways in which Dutch authors use the technique of extrapolation to envision the urban/natural environment of the future, focused on a corpus of eight future novels from the period 2015–2021. First, we argue that, by indicating and comparing both spatial and temporal ‘reality markers’, speculation in contemporary Dutch literature tends to stay ‘close to home’. Second, we demonstrate that, overall, the themes of climate change and technologization are represented as highly intertwined in diverse constellations. In addition, we try to determine in what way the stories under investigation give both formally and thematically expression to a utopian impulse: Overall, do they show utopian elements or is the urban experience predominantly dystopian?