Onwaarschijnlijke werkelijkheid

Geschreven door

in

‘Verhalen van een onwaarschijnlijke werkelijkheid’ luidt de ondertitel van het jongste nummer van Armada, tijdschrift voor wereldliteratuur. Het had de ondertitel van een themanummer over leven in tijden van Covid-19 kunnen zijn. De werkelijkheid voelt – ook  na de lock down – maar al te vaak hoogst onwaarschijnlijk aan. Alsof we met z’n allen gevangen zitten in een science fiction-roman, schreef auteur Kim Stanley Robinson afgelopen voorjaar in The New Yorker. Robinson beweert dit al  langer, maar nu lijkt het wel erg goed te passen. ‘Science fiction is the realism of our time’.

Het themanummer van Armada gaat niet over Covidliteratuur, maar over klimaatfictie, twee zaken die niet eens zo ver uit elkaar liggen als we Robinsons argumentatie verder volgen: we zijn in deze situatie terechtgekomen omdat we onze leefomgeving uitbuiten op een wijze die niet meer valt te repareren. Marjolein van Herten en ik schreven voor dit nummer een bijdrage over Nederlandse klimaatfictie. En ja, daarvoor kwamen we in de eerste plaats uit bij voorbeelden die dicht tegen science fiction aanleunen: In alle steden (2017) van Aukelien Weverling, De goede zoon (2018) van Rob van Essen, het korte verhaal ‘Proximale Falanx’ (2019) van Jan van Aken. Keer op keer wordt benadrukt dat het klimaat als thema afwezig is in de Nederlandstalige letteren, maar is het echt afwezig of zien we het nog niet voldoende?

Je leest het artikel ‘Niet de verklaring, maar het raadsel. Klimaatfictie in Nederland’ in nummer 2020#4 bij De Nederlandse Boekengids.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *