Geen standbeeld voor de criticus

Geschreven door

in

, ,

Statler&Waldorf-Balcony“De criticus is traditioneel behept met een slecht imago. Al vanaf het ontstaan van de kritiek, in de vorm zoals wij die nu kennen (de bespreking of ‘recensie’) zijn er voorbeelden te vinden van de slechte reputatie van de criticus. In hun literatuurgeschiedenis Worm en donder (2013) halen Leemans & Johannes een aardig voorbeeld aan uit de vroegmoderne Nederlandse literatuur. Het betreft een vers van Johannes Lublink de Jonge (1736-1816), voorman van het Amsterdamse literaire genootschap Concordia et Libertate. Het gaat over een ondankbare dinergast die zijn ongezouten mening geeft over de maaltijd die hij net heeft genoten. Vanuit het perspectief van de gastheer horen we wat die mening was:

Gansch anders had de man ’t verwacht;
Hy vond by my niets fraais, niets vreemds, niets uitgelezen;
De soep was veel te laf, de visch te gaar gekookt;
De wyn niet fyn genoeg, het vleesch niet goed gerookt;
In ’t kort, niets was er, of ’t had beter kunnen weezen.
Wie zag ooit onbeschaamder vent? –
Slaa dood den hond! slaa dood! het is een Recensent!

Leemans & Johannes wijzen er op dat de term ‘recensent’ in Nederland geen gebruikelijke term was. Er werd eind 18e eeuw eerder gesproken over de ‘criticus’. De reputatie van de criticus was echter dezelfde als die van de recensent: hij was ofwel een domkop (vanwege ‘een gebrek aan wetenschappelijke kennis en kunde’), ofwel een schurk (die reageerde vanuit ‘persoonlijke hatelijkheden’).”

***

Dit is de opening van een stuk dat ik schreef voor online opinieplatform deFusie en waarin ik mij afvraag hoe erg het eigenlijk is dat recensenten er doorgaans een nogal slechte reputatie op nahouden. Lees het hele stuk hier op deFusie.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *