Hoe moet je als schrijver omgaan met literaire kritiek? Rainer Maria Rilke (1875-1926) geeft op 23 april 1903 het volgende advies aan de jonge dichter Franz Xaver Kappus (1883-1966):
‘… lees zo min mogelijk esthetisch-kritische geschriften – het zijn ofwel partijopvattingen, versteend en zinloos geworden in hun levenloze verstarring, ofwel slinkse woordspelingen, waarbij vandaag deze mening zegeviert en morgen de tegenovergestelde. Kunstwerken zijn van een oneindige eenzaamheid en met niets zo weinig nader te komen als met kritiek. Alleen liefde kan ze omvangen, bewaren en recht doen wedervaren. – Geef telkens uzelf en uw gevoel gelijk tegenover iedere soortgelijke analyse, bespreking of inleiding; mocht u toch ongelijk hebben, dan zal de natuurlijk groei van uw innerlijk leven u allengs en mettertijd tot andere inzichten brengen. Laat uw oordeel rustig en ongestoord tot ontwikkeling komen, een ontwikkeling die, zoals iedere vooruitgang, diep van binnenuit moet komen en door niets kan worden opgejaagd of bespoedigd. Alles moet eerst tot wasdom komen en pas daarna worden gebaard.’
Uit: Brieven aan een jonge dichter. Uitgeverij Balans: Amsterdam, 2012. p.24-25.

Geef een reactie